Meer recht voor de uitzendkracht

De ABU en NBBU hebben tezamen met de LBV, FNV, De Unie en CNV Vakmensen een onderhandelingsresultaat bereikt. Dit heeft op 30 december een nieuwe CAO tot gevolg wat betrekking zal hebben op ongeveer 850.000 uitzendkrachten. Doordat de CAO van de ABU en NBBU dadelijk gelijkluidend zijn, hebben zowel uitzendkrachten als uitzendondernemingen en opdrachtgevers dadelijk meer duidelijkheid. Het idee hierachter is dat de kwaliteit van uitzenden hierdoor wordt verbeterd. De twee belangrijkste wijzigingen hebben we hieronder opgesomd:

  1. Verbetering van de inlenersbeloning: wanneer er bij de inlener bijvoorbeeld sprake is van reiskostenvergoeding, dan heeft de uitzendkracht daar vanaf 30 december ook recht op. Ook als er sprake is van onregelmatig werk of fysiek zwaar werk, dan krijgen uitzendkrachten recht op toeslag conform de CAO die bij de inlener heerst. Daarnaast gaat werkervaring een rol spelen, terwijl dat voorheen niet het geval was.
  2. Meer rechten en werkzekerheid: het is dadelijk niet meer mogelijk om aan een stuk door dag- of weekcontracten aan te bieden. Een contract moet dan minimaal vier weken duren, wat uitzendkrachten ook meer zekerheid geeft indien ze ziek worden.

Als de nieuwe CAO wordt doorgevoerd, is het de grootste herziening in 25 jaar.